Radio Nimmerdal

Ik heb het genot en de eer gehad om te schrijven aan de twee meest recente afleveringen van Radio Nimmerdal: een live uitgevoerd radio-hoorspel over het enige dal dat ons land rijk is.
Wat een zalige vorm, en een geweldig team. Schrijven deed ik samen met Sebastiaan Frowijn en Job Römer, de regie was van Albert van Andel, en de spelers en muzikanten zijn er teveel om op te noemen: Maarten Heijmans, Dic van Duin, Erik van Muiswinkel, Sven Bijma, Hanna van Vliet –nou probeer ik het toch! Teveel om op te noemen zei ik.

poster: Sebastiaan Werkendam

poster: Sebastiaan Werkendam

Uit deel 1: er is een vreemdeling gespot in Nimmerdal, en de bewoners vragen de burgemeester om raad…

Burgemeester:
Zo.

Burgeleerling:
Welkom allemaal.

Mevrouw Weltevree:
Hallo.

Boer Jan:
Hee broer.

Burgemeester:
Wel wel wel.

Mevrouw Weltevree:
Ja. We moeten hem helpen, met dekens en soep.

Mevrouw Albinger:
Nee nee, we moeten zorgen voor lichtjes en bloemen, net als Parijs.

Mevrouw Weltevree:
Jij altijd met je Parijs.

Mevrouw Albinger:
Jij met je soep.

Mevrouw Weltevree:
Wat is er mis met mijn soep?

Burgeleerling:
Zo bedoelt ze het vast niet.

Burgemeester:
Okee, de gemoederen…

Mevrouw Albinger:
Jij bent gewoon nooit in Parijs geweest, jij weet niet—

Mevrouw Weltevree:
Nou, jij hebt mijn soep nog nooit op.

Mevrouw Albinger:
O, die peperfiasco van het Oogstfeest bij Jeanette?

Boer Jan:
Kom op. Haar pepermolen was stuk.

Mevrouw Weltevree:
Dat is zes jaar geleden! Het was een nieuw soort peper, ik wist gewoon niet goed—

Mevrouw Albinger:
Ik word nog steeds proestend wakker.

Burgeleerling:
Okee, dames.

Mevrouw Weltevree:
Nou, als ik naar Parijs zou gaan zou ik het vast helemaal niet leuk vinden.

Mevrouw Albinger:
Dat durf ik te betwijfelen.

Mevrouw Weltevree:
O, dat durf jij wel? Wat durf—

Burgemeester:
Dames, dames!
Ik hoor Parijs, ik hoor soep, en dekens…
Maar dat sluit elkaar toch helemaal niet uit? Nimmerdal wordt nooit Parijs, maar we kunnen het wel een beetje op”fleuren” zoals de Fransen zeggen. Lichtjes, bloemen, muziek. En de soep… Als we dat nou eens, Parijs, Pa-r(ad)ijs-zensoep maken, en de dekens zijn Norte Dame-eekens. Dan heeft iedereen toch z’n zin? Ja… Jaja… Toch?

Presentator:
De burgemeester keek vragend om zich heen. Er werd geknikt, eerst voorzichtig, toen zekerder, en daarna volgde enthousiaste instemming:

Iedereen:
Ja. Super. Paradijzensoep.
Wel weer pittig.
Maar ook lekker.
Goede soep is nooit weg hoor.
Lichtjes ook niet.

Presentator:
En zelfs applaus. De hele groep stroomde de deur uit om aan de slag te gaan.

Burgeleerling:
Dat hebt u goed gedaan.

Burgemeester:
Ja he? Ik dacht ineens: het sluit elkaar niet uit.

Burgeleerling:
Heel scherp.

Burgemeester:
Paradijzensoep.

Burgeleerling:
Ja.

Burgemeester:
Moulin Rou—agout.

Burgeleerling:
Mwah.

Burgemeester:
Sau-Seine-zenbroodjes. SauSeinebroodjes.

Burgeleerling:
Okee.

Presentator:
Slechts één bleef er achter: Meneer de Dokter. Hij had niet geknikt, niet ingestemd en niet geklapt.
Hij was helemaal niet blij.

Burgemeester:
Chans É-linzen…

[De deur sluit, luid.]

Burgemeester:
O!

Burgeleerling:
Meneer de Dokter!

Meneer de Dokter:
Dat is niet grappig.
Ja, ik zie u wel lachen. Is dat gepast voor een burgervader?

Burgemeester:
Sorry.

Meneer de Dokter:
Dit kan zo toch niet?
Niemand kent hem. Typisch vreemdeling. Kennen niemand. Roddelen.

Burgemeester:
Roddelen?

Meneer de Dokter:
Grapjes maken. Dat is wat ze doen.

Burgemeester:
O.

Meneer de Dokter:
Smiespelen. Wijzen als je niet kijkt. Grapjes over dat je jas scheef zit. Het gaan er nog meer worden hoor.

Burgemeester:
Ach welnee.

Meneer de Dokter:
Ik voelde het daarnet al. Ik voelde ze kijken.

Burgeleerling:
Het is laat, meneer de Dokter. Het zal toch wel mee—

Meneer de Dokter:
Ik voelde het toch?! Voelde ik het? Ja ofte nee?
Ik ben wel de dokter hoor. Ik probeer hier de boel stabiel en gezond te houden. Ik herken mijn eigen dorp niet meer. En je ziet wat er van komt. Ruzie ruzie ruzie!

Burgemeester:
Ja, u bent wel erg boos.

Meneer de Dokter:
Daarnet! Over die soep! Dat was ruzie! Leef ik in een ander universum of zo? Is het hele dal knettergek geworden?

Burgeleerling:
Kom, meneer de Dokter, we gaan rustig naar huis. Er was ruzie, maar dat was maar heel eventjes.

Meneer de Dokter:
Ja, omdat ze er nog maar eventjes zijn.

Burgemeester:
U zegt steeds “ze”. Maar het is er maar één, he?

Meneer de Dokter:
U zit niet op te letten. In de tijd dat we hierbinnen staan te praten zijn er twee bijgekomen.

Burgemeester:
Is dat zo?

Burgeleerling:
Gerookte krootjes nog aan toe. Hij heeft gelijk. Het zijn er drie.

Meneer de Dokter:
Ja.
Jaha.
Jahaha.
Hmmm.
En nu gaat het smiespelen pas echt beginnen.
Tff…
[zuigt lucht tussen zijn tanden, knikt.]
[klikt in zijn wang, zoals je een paard lokt.]
[zucht]
[plopt met zijn lippen.]
Zeker wel.
[fluit]
Dus ik laat de conclusie aan u.
Maar de conclusie is dat ze…
[doet: pfft!]
Poef.
Huppekee.
En dan bedoel ik: opgedonderd allemaal.

Burgeleerling:
Okee. Dat soort taal…

Burgemeester:
Ga lekker slapen, het zal allemaal heus meevallen.

Meneer de Dokter:
Luister, burgevadertje. Dit is nog altijd een democratie he? En als jij niet doet wat ik zeg, dan los ik het zelf wel op.

Geen opmerkingen

Geef een reactie

Uw e-mail adres wordt door ons niet gedeeld.Verplichte velden worden aangeduid met *