Jansen en Weeda en wat er zich zoal voordeed

En aldus: Jansen en Weeda op een straathoek, zoals gebruikelijk. En zoals gebruikelijk aan de andere kant van de muur. Waarom verdere straatjeugd zo bleef plakken aan de buitenzijde van wanden hadden ze nooit bevat. Aan deze kant was het veel aangenamer. Hun beider geboorte (die van Jansen net iets eerder dan die van Weeda) had aan deze kant van steenwerk plaatsgevonden, en sindsdien was de voorkeur eigenlijk alleen gesterkt. Hier was het droog, wat beter was voor de meubels. Het was ‘s zomers koel, ‘s winters warm, en met een vloer en dak erbij daarenboven een complete luwte, wat van pas kwam bij allerhande activiteiten, zoals klaverjassen, of nu: het lezen van een krant.
Het was in één term behaaglijk.
Jansen schonk zich een kopje thee.
Weeda schonk zich een kopje thee.
Jansen nam zich een versnapering.
Weeda ook.
“Zeg,” zei Jansen, “Wil jij mij niet zo nadoen?”
“Zeg,” zei Weeda, “Wil ik jou niet nadoen? Ik doe je helemaal niet na.”
Jansen strekte een arm en één vinger naar de plek waar zijn theekop stond, met op de schotel nog een stuk onopgegeten versnapering. (Het opgegeten deel zelf ontbrak.)
“Ik schonk mij een kopje thee, toen schonk jij een kopje thee. Ik nam mij een versnapering, toen jij ook. Jij doet mij na.”
Weeda protesteerde: “Ik doe helemaal niets na. Jij doet het voor.”
“Wel nu heb ik werkelijk alles.” zei Jansen. Hij verhief zijn stem en sloeg niet tegenwillekeurig met zijn hand op de tafel. “Voordoen? Waarom zou ik?”
“En toch doe je het.” zei Weeda met luide stem, het tafelblad aanrakend. “Er doet zich voordoen voor, door jou. En als ik niets meer na mag doen dan mag jij ook niets meer voordoen, anders is het elitair.”
Jansen trok een blik of zijn koffie te bitter was. “Ach pah. Multisemiotiek!” zei hij, “Taalziftelarij. Hieraan neem ik geen deel.” Hij klonk al net zo bitter als de veronderstelde koffie, en richtte zich demonstratief op zijn krant.
Weeda, door deze stelligheid toch een weinig gepikeerd, zei: “Noch ik. Meer-dan-één-duidige semiotiek, daar heeft heeft niemand iets aan.”
Hierna volgde hij Jansen’s demonstratie op en pakte een eigen krant.
Zo leefden zij nog onbepaalde tijd, in verschillende gemoedstoestanden al naar gelang de situatie, en soms situaties al naar gelang de gemoedstoestand. Weeda altijd, altijd, net iets later dan Jansen.

Geen opmerkingen

Geef een antwoord

Uw e-mail adres wordt door ons niet gedeeld.Verplichte velden worden aangeduid met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.