De Arrestatie van een Folderaar

Ik was ze bijna vergeten. In de zomervakantie waren ze er niet, en daarvoor zag ik ze zo vaak dat ik er eigenlijk niet over nadacht. Maar ze zijn terug: de foldertjes. Hapklare rechts-extremistische guilty pleasures over moslims, belasting, moslims, Europa, moslims, blanke verraders, moslims en moslims. Op ieder treinstation in Nederland zijn ze met een beetje zoeken wel te vinden. In sommige steden krijg je ze zelfs toegestopt. Bijna elke dag staan daar voor de ingangen van grote terminals uitdelers, in groepjes van twee of drie. Zonder enige twijfel vrienden en familie van de schrijver zelf, die zich in een zwak moment hebben laten ompraten. De spijt staat op hun gezichten te lezen. Zwijgend lopen ze met hun folders op de arm van voorbijganger naar ongeïnteresseerde voorbijganger. Drommen en drommen lopen geïrriteerd voorbij, maar als ik ze zie maak ik altijd een momentje voor de uitdelers. Ik loop ze allemaal af en probeer hun blik te vangen, speurend naar iets van trots, want de schrijver zelf moet ertussen zitten. In de trein lees ik alle betogen met plezier door. Althans, als er niemand naast me zit. Dan bewaar ik ze voor thuis.
Gekopieerd op het goedkoopste van het goedkoopste papier zijn ze de ene keer dikker dan de andere, maar over het algemeen zijn het bundeltjes van tientallen korte, rand-fascistische artikelen over de genoemde onderwerpen, en de orde van de dag, zoals wanneer de schrijver een boete heeft gekregen, of als hij iets op TV heeft gezien. Het is slecht geschreven, en zit vol fouten, maar het blijft leuk om te lezen. De makers doen hun best om het mooi aan te kleden, en dat is te zien. Ze maken kopjes, en schrijven dat stukjes zijn geschreven door “onze correspondent in Rotterdam”. Ze maken brieven en opinie-stukken namens “Drik uit Jisp” en “A. van Aalst, Alphen”.
Lege ruimte vullen ze op met foto’s en nieuws-berichtjes, die ze rechtstreeks copy-pasten van de website van het ANP. Om het er helemaal echt uit te laten zien plaatsen ze vaak nep-advertenties. Nu en dan krijgt een dochter of vriendin van de familie gelegenheid om iets over mode te schrijven, of roddels over Bekende Nederlanders. Soms zijn er puzzeltjes en strips, of zelfs een horoscoop. “Maagd: jouw partner krijgt onverbloemd jouw mening te horen. Dat komt hard aan.”
Toch blijven er altijd nog pagina’s en pagina’s over voor de Boodschap. De ziel van elke flyer. De Boodschap is niet altijd even kernachtig, maar de richting is helder, en elke dag krijgen ze het voor elkaar. Steeds hetzelfde, maar elke dag weer tientallen nieuwe artikelen. Het is van een ongekende toewijding.
De belangrijkste stukjes over de Boodschap zijn wat langer. De makers noemen ze vaak columns. Ze plaatsen een vage foto van een kennis of familielid in de marge, met een oer-Hollands pseudoniem erboven. “Columns. Column: Annie van der Meer, columniste.”

Ik was ze bijna vergeten, de uitdelers met hun pamfletten (krantjes, zou je ze bijna noemen). Terwijl ik toch altijd diep onder de indruk ben. Ze zullen op vakantie zijn geweest, verregend op een Nederlandse campingboerderij in Normandië. Ik was ze bijna vergeten. Vaak scheur ik fragmentjes uit, die ik later aan een speciaal prikbord in mijn keuken ophang. En toch was ik ze bijna vergeten. Maar ze zijn er weer.
Althans, ze waren er.

Een paar weken geleden moest ik van Rotterdam naar Utrecht, en terwijl ik de trap op liep naar één van de perrons hoorde ik geroep. Achter me stonden drie agenten bij een krijsende uitdeler. Ik had net nog een krantje van haar aangenomen. Nu hadden de agenten haar blijkbaar gevraagd om weg te gaan. Vanaf de trap kon ik het goed zien, al was het niet echt te verstaan. De vrouw, met kort geblondeerd haar en een bomberjack, was rood aangelopen en schreeuwde iets over de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van pers, en moslims. De stemmen van de agenten bromden iets kalms. De vrouw weigerde mee te gaan. Ze bleef schreeuwen en doen, wild zwaaiend met haar foldertjes, die ze intussen nog altijd probeerde uit te delen. Boven reed mijn trein weg, maar ik bleef kijken. De vrouw werd steeds schichtiger, en opdringeriger tegen passanten die ze haar folders wilde geven, fanatieker en fanatieker. Het kalme gebrom van de agenten werd intussen steeds luider en duidelijker. Het was een kwestie van tijd. En inderdaad: één van de agenten greep de vrouw bij de arm en pakte haar folders af. De vrouw krijste moord en brand. Ze worstelde zich los en rende weg. Een eindje verderop draaide ze zich hijgend om. Toen ze zag dat de agenten niet achter haar aan gingen trok ze haar bomberjack omhoog. Op haar bleke, vlekkerige huid was een hakenkruis getatoeëerd. Zo stond ze daar, met haar troste vlezige blote buik en die vreemde tatoeage zwellend en krimpend, zwellend en krimpend, totaal buiten adem, voor een Surinaamse supermarkt. Er werd naar haar geschreeuwd, maar niemand deed iets. De agenten hadden blijkbaar weinig zin om haar te achtervolgen.
Na een tijdje bedekte ze zich weer. Rustig vloekend liep ze weg.

Het duurt nu waarschijnlijk niet lang meer voor die foldertjes allemaal verdwenen zijn.
Ik kan me niet voorstellen dat de uitdelers op Rotterdam Centraal nog terug mogen. Achteraf zie ik dat het een kwestie van tijd was voor iemand klaagde, en in zijn gelijk werd gesteld. En ik realiseer me dat nu pas, maar ik ben opgelucht. Al dat extremisme was grappig zo lang het duurde, en leuk voor aan de keukenwand, maar achteraf ben ik verbaasd dat het zo lang heeft mogen duren.

objet trouvé

Één opmerking

Geef een antwoord

Uw e-mail adres wordt door ons niet gedeeld.Verplichte velden worden aangeduid met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.