Rommel (fragment uit “Wie het water niet keert”)

ARIE:
Maar niet iedereen vindt dat mooi. Of nodig.
Sommige mensen begrijpen dat niet, en dan ben ik wel eens lastig.
Stichting Volkskracht, Zuid-Hollands Landschap, die weten niet goed, eh, wat ze ermee aan moeten.
Men vindt mij natuurlijk een rommelig figuur, en is als de dood het imago van stichtingen die zich hier inmiddels gevestigd hebben schade zou lijden door het rommelige… karakter… wat aan mij meekomt.
Maar… daar vergissen ze zich in, want…
Het is geen rommel zonder betekenis.
Het merendeel is zelfs kunst!


Vorlesebuhne


De Taal

In een eersteklas coupé van een internationale trein spelen twee oude heren een schaakspel met de taal. Het begint in een lange stilte. Dan doet de een, wij noemen hem voor het gemak “de een”, zijn openingszet. “Goedemorgen.” zet hij. De ander, die we even “de ander” zullen noemen, knikt, maar is niet onder de


Jansen en Weeda en de belapparatuur

En aldus geschiedde het dat alle klokken uit het land verdwenen, tot aan het meest pretentieloze polshorloge toe. Jansen zag zich genoodzaakt telkenmale blikken te werpen op het geëlumineerde kijkscherm van zijn draagbare belmachinaat. Dit bracht hem weinig geluk, temeer daar Weeda hem er vaker dan frequent om behoonde. “Ha die Jansen,” zei hij dan